De toelating omvat een examen voor een kleine commissie. Het bestaat uit een theoretisch gedeelte (solfège, gehoor, algemene muziekleer), praktijk (zingen en spelen) en een gesprek (motivatie en gelegenheid om vragen te stellen).
Je wordt aangenomen wanneer de commissie je in staat acht om de opleiding binnen 4 jaar te voltooien. Wanneer je studieonderdelen elders al succesvol hebt gevolgd of bepaalde competenties al voldoende hebt ontwikkeld, kun je in aanmerking komen voor vrijstellingen. Ben je op onderdelen nog niet ver genoeg, dan kun je het advies krijgen om de vooropleiding te volgen.
Doel
Het doel van het toelatingsexamen is om te onderzoeken of je beschikt over voldoende muzikale aanleg en vaardigheden, muziektheoretische basiskennis en een muzikaal gehoor. Daarnaast moet uit je motivatie blijken dat jouw keuze voor het beroep en voor een opleiding die werkt vanuit de vrijeschoolpedagogie een bewuste keuze is. Als de resultaten de commissie de indruk geven dat je de opleiding binnen 4 jaar kunt afronden word je “toelaatbaar” verklaard.
Het toelatingsexamen bestaat uit drie onderdelen:
- het theoretisch deel (muziekleer en solfège)
- het praktisch deel (bekwaamheid in musiceren en zingen)
- een gesprek met de toelatingscommissie
Het theoretische gedeelte toetst je muziektheoretische kennis en muzikaal gehoor.
1. algemene muziekleer (schriftelijk)
- Kennis van intervallen, notatie en sleutels, voortekens, akkoorden, toonsoorten, maatsoorten en ritme. Een voorbeeld van een tentamen vind je hier.
2. gehoorvorming/solfège (mondeling)
- Het van blad zingen van een melodie.
- Tweeklanken (herkennen, nazingen en treffen)
- Drieklanken (herkennen, nazingen en treffen).
- Nazingen en noteren van een eenstemmige melodie in de G- en F-sleutel (melodisch dictee).
- Tikken en noteren van een ritme.
Enkele voorbeelden vind je hier.
In dit gedeelte speel en zing je enkele stukken van je repertoirelijst, die je voor deze toelating hebt samengesteld. De lijst bevat de titels en componisten van minstens 5 speelstukken, waaronder 2 stukken uit het klassieke repertoire, 5 zangstukken, waaronder eveneens 2 stukken uit het klassieke repertoire, en 2 stukken poëzie of proza. Lever 4 kopieën van de repertoirelijst in bij de toelatingscommissie.De toelatingscommissie luistert in de eerste plaats naar de muzikaliteit van de voordracht.
3. Spelen
Het ingangsniveau is voor alle instrumenten trap 3.
Voor piano kan dat bijvoorbeeld zijn:
Voor viool zou dit een programma kunnen zijn:
Als je een ander instrument bespeelt, raadpleeg dan je leraar over het niveau van trap 3 voor jouw instrument.
4. Zingen en spreken
Je zingt enkele stukken voor, liefst uit verschillende genres (licht, klassiek) en in verschillende talen. Zet ook stukken op je repertoirelijst die geschikt zijn voor het basis- of voortgezet onderwijs. Je kunt je laten begeleiden door een pianist van de opleiding, of je eigen begeleider meenemen. Neem in ieder geval bladmuziek mee. Het onderdeel “spreken” behelst de voordracht van een poëzie of proza.
Tot slot voer je een gesprek met de toelatingscommissie over je muzikale ervaring, je motivatie voor het beroep van docent muziek en jouw keuze voor specifiek deze opleiding.
De verschillende onderdelen van het toelatingsexamen duren ongeveer:
Na afloop deelt de voorzitter je de indruk van de commissie mee met een gemotiveerd advies over de aanname. Het advies kan het volgende inhouden:
Bij vragen over het toelatingsexamen kun je contact opnemen met de onderwijscoördinator Jur de Vos (jdevos@hhelicon.nl).